Hoi! Welkom op het nieuwe Scholieren.com. Stap voor stap gaan wij onze nieuwe look overal doorvoeren. We doen ons stinkende best om alle functies te laten werken, maar het kan zijn dat dat nog niet overal lukt. Zie je een fout, kun je iets niet vinden, of wil je een complimentje geven? Stuur ons dan een appje op 06-12464251

Eten als grootste vijand (1): 'Ik kreeg niets meer binnen'

Martijn (jep, een jongen) vindt zichzelf niet te dik, maar kampt tóch met een eetprobleem.
In deze columns doet hij verslag van de strijd die 'eten' heet. Vandaag: deel 1.

Piep, pi... Met een harde druk op de knop ben ik de wekker te snel af. Ik lag al een uur te wachten op dit uur des onheils, dus ik hing met mijn vinger boven de uit-knop. Het is weer zover: het ontbijt wacht. Nou ja, van ontbijt kan ik niet meer spreken. Zelfs voor een voorafje is een halve boterham wat weinig. En dan ga ik er in dit geval nog vanuit dat ik dat hapje de baas kan. Ik loop naar de tafel en vraag me af hoe het in godsnaam zover heeft kunnen komen.

Hard

Ik ben Martijn, een niet-zo spontane jongen van gescheiden ouders. Ben opgegroeid bij één ouder, tot grote tevredenheid van de andere ouder, en heb veel problemen in de privésituatie. Dat boeide me nooit echt. Iedereen had wel zo zijn problemen, toch? Ik alleen wat meer dan anderen. Ik was een harde. Een rationele. Toen in de derde klas de moeder van een lerares overleed en een vriend zei 'Dat gun je niemand', reageerde ik met: 'Nou, ik ken er nog wel een paar, hoor.' Zo'n jongen dus.

Voortekenen

Van de eerste tot de vierde klas at ik elke ochtend 'gewoon' twee boterhammen volgens de gouden regel: één broodje goed, één broodje zoet. No problem. In 5 havo merkte ik dat ik wat langer deed over het ontbijt, vandaar dat ik vijf minuten eerder ging opstaan om niet te laat te komen. Toch lukte het niet meer om elke dag twee bammetjes te verorberen. Ik verzon steeds een reden waarom dat logisch was: ik heb een moeilijke toets/presentatie/project vandaag, dus het komt gewoon door de spanning.

Soms was ik misselijk. Op een doodnormale dag stapte ik op mijn fiets om naar school te gaan, ik fietste een paar meter, keerde huiswaarts, gaf over, pakte een pepermuntje, fietste naar school, haalde mijn eerste te-laat-briefje van het jaar en nam plaats in de aardrijkskundeles. Niemand had wat gemerkt.

Ik slaagde glansrijk met een hoop achten en zevens, hield een vlammende speech bij de diploma-uitreiking en ging vol goede moed de vakantie in. Ik had besloten om vwo te gaan doen. Best spannend, want ik kende daar haast niemand. Ik nam mij voor om mezelf van mijn beste kant te laten zien.

Rampzalig

In het nieuwe schooljaar gingt het qua eten echter razendsnel bergafwaarts. De eerste twee weken ontbeet ik nog goed. Daarna minderde ik naar anderhalf broodje, vervolgens één broodje (ik sneed uit voorzorg alvast de korsten eraf), tot ook dat niet meer ging. Ik kauwde, ik worstelde. Ik slikte, ik stikte.

Vaak ging het na een paar happen al helemaal mis. Ik kon alleen nog eten als ik elke hap beschouwde als een uniek stuk eten: eerst goed kauwen, daarna doorslikken, dan pas weer een volgende hap nemen. Eerst goed kauwen, daarna doorslikken, dan pas weer... afijn. Mijn keel leek een verstopt afvoerputje. Mocht ik overmoedig geworden zijn en twee happen nemen, kwam alles weer omhoog.

Maar het ergste was: als ik van tafel ging, ging de misselijkheid niet meer over. Ik bleef steeds langer het gevoel hebben dat ik moest overgeven. Ik voelde me de eerste lesuren soms dusdanig ziek dat ik bad dat de docent mij niet de beurt gaf, omdat ik wist: als ik nu mijn mond open komen er niet alleen maar woorden uit, maar ook het broodje van vanmorgen.

Ook in de pauzes op school ging het niet meer. Ik wilde zo graag met mijn klasgenoten praten, maar was te misselijk. Ik voelde me verslagen. Waar slaat dit op, doe normaal! Als ik tegen beter weten in toch probeerde te socializen, eindigde het er mee dat ik acuut 'mijn waterflesje bij moest vullen' in de wc. Ik keek in de spiegel en zag een zwakkeling. Zo gaat het altijd met jou, als het erop aan komt geef je niet thuis. De anderen staan daar lol te hebben, en jij?

Het kwam niet eens bij me op om hulp te zoeken, ik moest me gewoon niet zo aanstellen en me vermannen.

Het is klaar

Maar dan, op een doorsnee winteravond in 2017, kon ik er niet meer omheen. Mijn moeder had balletjes gevuld met pesto gemaakt. Heerlijk, maar ik moest al bij mijn tweede balletje mijn strijd staken. "Martijn, het is klaar nu, ga hulp zoeken!" zei mijn moeder. Ik was zo gedesillusioneerd, dat ik haar ditmaal gelijk gaf. En daar, aan de keukentafel, begon mijn strijd tegen mijn eetprobleem.

 

Gepubliceerd op 29 oktober 2018